assertief

Herfst 1992.
Na een conflict met mijn bestuur had ik, voortgestuwd door woede, ontslag genomen als directeur.
Ik begon voor mezelf.
Niet veel later liep ik via Hogeschool Eindhoven tegen een opdracht aan om een boek te schrijven.
Een studieboek over assertiviteit, voor studenten die hulpverlener wilden worden.
Daarnaast moest er een docentenhandleiding komen.
Menno de Groot van Hogeschool Den Haag werd mijn sparring partner.

Ik heb best wel een paar nuttige omgangsvaardigheden, maar assertiviteit hoort daar niet bij.
Juist daarom kon ik er een hoop zinnige dingen over zeggen.

In brede kring wordt assertiviteit opgevat als met lef  voor jezelf opkomen.
Dat klopt niet.
Assertiviteit is de handigheid om door communicatie je doel te bereiken.
Zo bezien is het assertief om op het juiste moment je grote mond te houden.

Ik besprak de sferen waarin professionals zich bewegen.
Ze onderhouden contacten met de cliënt en zijn omgeving, met collega’s in het netwerk.
Ze zijn onderdeel van een team en van een organisatie.
Hoe wordt hun assertiviteit in elk van die sferen op de proef gesteld?
Wat moeten ze uit de kast halen?
Hoe kunnen ze zich daarin oefenen?

Het schrijven schoot niet op, omdat ik nog andere dingen te doen had.
Diverse ultimatums heb ik met voeten getreden.
De eindredacteur heeft mij bedreigd.
Ik putte daaruit veel voldoening.
Maar ook uit het schrijven en bedenken zelf.

De boeken werden in 1995 uitgegeven door het Transferpunt Vaardigheidsonderwijs in Maastricht.
Ze hebben een jaar of tien, vijftien goede diensten bewezen in het beroepsonderwijs.
En zijn nog steeds verkrijgbaar.
Tweedehands.

 

ons erfdeel


Het Vlaams-Nederlands culturele tijdschrift “Ons Erfdeel” bestaat zestig jaar.
Toen ik op de kweekschool voor onderwijzers zat was ik abonnee.
In 1963, overmoedig geworden door plaatsing van mijn “Treurzang” in “Een tien voor de tieners”, stuurde ik een aantal gedichten naar hoofdredacteur Jozef Deleu.
Na drie maanden martelend wachten ontving ik ze retour, met wat compassievolle woorden.
Die kwamen erop neer dat hij het een willekeurig bijeengeraapt zooitje vond.
Dat klopte.
Het gaf weer wat zich in mijn hoofd afspeelde.

treurende teenager

Bij Nijgh en Van Ditmar verscheen van 1958 tot 1966 jaarlijks een selectie uit de Nederlandse schoolpers  onder de naam “Een tien voor de tieners”.
In de lustrumuitgave van 1962/1963 werd een gedicht van mij opgenomen.
Het had gestaan in de schoolkrant van Kweekschool Gerardus Majella in Dongen, waar ik voor onderwijzer leerde.
Ik ben het boekje tijdens een van mijn achttien verhuizingen sindsdien kwijtgeraakt.
Lang heb ik gezocht in het tweedehands circuit.
Had me er al bij neergelegd dat het nergens meer verkrijgbaaar was.
Vorige week kreeg ik een gouden tip: boekwinkeltjes.nl
Willemien Wierenga-Bremmer uit Groningen had het warempel liggen.

Treurzang
Will van Broekhoven 1962

Toen je
spelenderwijs
het leven uit liep
was je talmvoet zo lenig en licht

en je tasthand liet gretig
het lange gedicht
dat om zijn voltooiing zong
los

nu

om je mond
wringt een lach
van verstolen berouw
en je haar groeit zwart
van krampachtig vergeten

en je weg
loopt dood
in
ein
de
loos
heid

bevrijdingseditie 1965

VEERTIENJARIGE GEDACHTEN TIJDENS DODENHERDENKING

Waarom stonden de doden niet op?
Waarom stonden ze niet met veel lawaai op
om ons een lesje te leren?
Want wie waren wij?
En wat deed ik behalve twee minuten
mijn mond houden in de schaduw
van onbekende helden?

Ik trok mijn droevigste gezicht, dat wel,
en voelde hoe het dagelijkse leven leegliep
Dromerig staarde ik naar een vlag
die halfstok hing en waaruit
al het licht gewassen was

(Uit: Blauw als ijs, André van der Veeke)

Dit mooie gedicht plaatste André gisteren op Facebook.
Ik ken hem nog van de opleiding voor onderwijzers en het bijbehorende internaat in Dongen, Gerardus Majella.
Hij zat een paar klassen lager en volgde mij op als hoofdredacteur van de schoolkrant.
Ik wist dat hij, net als ik, de nodige dodenherdenkingen moest bijwonen als padvinder, wat me onmiddellijk deed denken aan het verhaal ‘De bevrijding’ uit zijn bundel ‘Een meedogenloze vrede’.
Hier beschrijft hij een 4 mei-ceremonie waarbij zijn padvindershoed een cruciale rol speelde.
Toen bedacht ik ineens dat ik zelf ooit een gedicht had geschreven voor de Bevrijdingseditie van onze schoolkrant, waarin ik verwijs naar mijn aanwezigheid als padvinder.
Ik heb bij mijn verhuizing veel paperassen gedumpt, maar dit heeft het overleefd.
Het kan niet concurreren met dat van André, maar ik plaats het zonder schaamte.
Ik schreef het in 1965, ik was nog maar een kind.
Bovendien, ik ben best gevoelig voor concurrentie, maar niet op het vlak van poëzie.

 

ALS EEN AVONTURENROMAN

Een avond als andere
van onze twintig jaren
wordt het eender acht uur
als elk jaar daarvoor
maar voor de twaalfde keer
staan wij twee minuten lang te zwijgen
in ons padvindersuniform
deze tijd gespeend van onze tijd
waar een strijd in speelt
die vóór ons stierf

De oorlog draait zich in haar graf
en toont een verse zijde
en slaat tijden lam
van ons
steeds als wij met
doctor de Jong in het bos moeten huilen
of prehistorisch slijk moeten smijten
naar Jeruzalem Neurenberg Breda
of Churchill op een Thames van tranen
naar zijn monument zien drijven

Want laat het niet mogelijk zijn
dat Hitler nummer zoveel
de slapende Ueberhond weer wekt
niet nodig zijn
dat Winston weer Dresdense mensen moet verdelgen
niet mogelijk
dat weer een Anne Frank
voor onze letteren verloren gaat
niet nodig
dat Uncle Sam weer om zijn dappere zonen treurt

Geproclameerd in onze tijd

(Germa Gong mei 1965, Will van Broekhoven)

Lees verder

buurman met bijl

buurman met bijl*

buurman met bijl*

Bert Bevers attendeerde mij op een berichtje in De Gazet van Antwerpen.
Het volgende was afgelopen woensdagavond kennelijk gebeurd in het gebouw waar ik woon.
Citaat:


Snelle Respons Teams overmeesteren vermeende gijzelnemer op Dageraadplaats

Onder schot

De leden van de SRT trokken onmiddellijk hun wapens en hielden de man onder schot. De 37-jarige verzette zich niet en liet zich arresteren. Een huiszoeking in het appartement leverde slechts één wapen op. “Er werd een bijl gevonden maar van vuurwapens was geen spoor”, zegt Lommaert.
De opgepakte man werd verhoord en mocht gisteren in de loop van de dag terug naar huis.
Verder onderzoek zal duidelijk moeten maken of er effectief sprake was van een gijzeling. Volgens onze informatie kwam de politie eerder ook al eens tussenbeide voor een dispuut tussen beide partijen.

Ik was thuis maar heb van de gebeurtenissen helemaal niets meegekregen.
Ik begreep dat de bijl niet in beslag is genomen.
Het is een prettige gedachte dat mijn buurman in het bezit is van een bijl.
Mocht ik in de problemen raken, dan kan ik op hem rekenen.

 

 

 

* Een postkaart uit de museumwinkel van FoMu.
“Untitled. Boris Mikhailov, from the series Case History, 1997-98
Courtesy CAMERA – Centro Italiano per la Fotografia”

 

nieuws van beethoven


Dit raakt me diep.

Ontdekt op Radio Klara, in de auto onderweg naar Eindhoven.
Daniel Barenbaum op zijn nieuwe zelf ontworpen piano.

Nu pas, terwijl ik al zo lang klassiek beluister.

Wat voor moois ligt nog meer voor me verborgen?
Ik zal er nooit helemaal achter komen.